Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Onder 32. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.
Middelonderdeel V richt zich tegen rov. 2.4 van het eindarrest. Het betoogt dat, zelfs indien moet worden aangenomen dat het testament geen duidelijke zin heeft, het hof in rov. 2.4 niet heeft mogen concluderen dat het gelet op de omstandigheden ten tijde van haar overlijden de bedoeling van erflaatster ten tijde van de making is geweest dat de wilsbeschikking ten gunste van [eiser] uitsluitend gold voor de situatie waarin zij niet gehuwd zou zijn. Het onderdeel verwijt het hof de bedoeling van erflaatster ten tijde van de making te reconstrueren met behulp van de omstandigheden ten tijde van het overlijden terwijl de bedoeling van de erflaatster ex tunc moet worden vastgesteld. Daarnaast geldt, aldus het onderdeel, dat [eiser] uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan op dit verbod van het meewegen van toekomstige omstandigheden bij de uitleg van testamenten en dat het hof, door aan deze essentiële stelling geen kenbare aandacht te besteden, een apert onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven dan wel zijn gedachtegang met onvoldoende redenen heeft omkleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 63406 tot 64484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7 | shasum -a 256