Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013
Onder 4.1. Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1122.
Blijkens het rechtshulpverzoek is er op 25 november 2008 ter zake artikel 159 lid 4 van het Russische Wetboek van Strafrecht een strafrechtelijk onderzoek geopend. Een groep personen, die onder anderen blijkens het rechtshulpverzoek zou bestaan uit [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 4] en [betrokkene 5], zouden een criminele organisatie hebben gevormd. Door de affidavit van 4 januari 2013 (onder ede afgelegd door [klaagster 2]) wordt aangetoond dat de strafzaken tegen deze personen inmiddels zijn geëindigd door middel van onherroepelijke veroordelingen. Dit betekent dat de feitelijke grondslag voor het rechtshulpverzoek inmiddels is achterhaald. Het is voorts een indicatie dat het rechtshulpverzoek, dat meer dan 3 jaar later is aangevraagd, in redelijkheid niet meer kan zien op het strafrechtelijke onderzoek tegen de vier voornoemde personen maar duidelijk ziet op het construeren van een strafrechtelijke verdenking c.q. vervolging van klaagster. In het licht hier van klemt te meer dat een deugdelijke onderbouwing van het rechtshulpverzoek ontbreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929, en de alinea staat in dat document op bytes 11770 tot 12858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929 | shasum -a 256