Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013
Onder 6.13. Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1122.
Absoluut is het vertrouwensbeginsel niet. Het uitgangspunt dat vertrouwd mag worden op de rechtspleging van de aangezochte staat vertegenwoordigt in het ene geval een levende werkelijkheid, maar kan in het andere geval een contrafactisch karakter krijgen. Het is daarom niet onjuist dat de rechter zich bij de vraag of sprake is van een verzoek in de zin van art. 552h lid 1 Sv in voorkomende gevallen kritisch opstelt. Als de verstrekte informatie niet lijkt te kloppen en het verzoek een misleidend karakter lijkt te hebben, ligt het op de weg van de rechter om nader onderzoek te verrichten. Het vertrouwensbeginsel brengt daarbij mee dat dit nadere onderzoek mede – zo niet vooral – zal moeten bestaan uit het inwinnen van nadere inlichtingen bij de verzoekende staat, zodat die staat in de gelegenheid wordt gesteld het verzoek te verduidelijken en eventuele misverstanden weg te nemen. Dat die nadere inlichtingen door tussenkomst van het openbaar ministerie zullen moeten worden ingewonnen, doet daaraan niet af. Dat het openbaar ministerie dergelijke inlichtingen niet uit eigen beweging heeft ingewonnen, ontslaat de rechter niet van zijn verantwoordelijkheid om aan het rechtshulpverzoek zoveel mogelijk gevolg te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929, en de alinea staat in dat document op bytes 41419 tot 42667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd60bf022eca3c74f32f859ce14149ff89eb72003d803808e7d82e2b121d6929 | shasum -a 256