Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1129.

( i) In de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv is een transcript opgenomen van het telefoongesprek dat de verdachte met de in de bewezenverklaring genoemde [getuige 1] heeft gevoerd. Ter vermijding van spraakverwarring over de verdachte in deze zaak en degene die hij in het telefoongesprek als verdachte aanduidt, noem ik de laatste nu maar even X. Blijkens het transcript is de verdachte door [getuige 1] gebeld, maar is hij op eigen initiatief gaan spreken over X, met vermelding van diens naam, die hij die dag ‘had zitten’. De verdachte geeft zijn impressie van dat gesprek met X naar aanleiding van een tegen X gedane aangifte wegens beroving van – te begrijpen valt – een prostituee. Hetgeen de verdachte in dit telefoongesprek meedeelde wekt de stellige indruk dat hij X die dag als verdachte had verhoord, en hij voegde daar nog enkele observaties aan toe over de agressieve uitstraling van X en diens verslaving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a, en de alinea staat in dat document op bytes 19136 tot 20109.