Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1129.

“[getuige 1] is een vriend van mij en ik zie hem ook zo. [getuige 1] is in mijn ogen geen politieman. U vertelt mij dat jullie een tapgesprek hebben waarin ik met [getuige 1] praat over een verdachte die ik die dag in een zaak gehoord heb. Ik vind dat dat niet kan. De man waarover ik met hem gesproken heb, kent [getuige 1] uit het verleden. Er is geen belang dat ik daar met hem over gesproken heb. U laat mij het tapgesprek met [getuige 1] horen. Ik weet niet waarom ik hem dit vertel, hij kan niets met die informatie. Ik kwalificeer dit wel als vertrouwelijke informatie die ik beroepshalve heb en met hem deel.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a, en de alinea staat in dat document op bytes 20571 tot 21205.