Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1129.

4.2 Bij de beoordeling van deze bij pleidooi gedane verzoeken heeft het Hof de juiste, in de art. 315 en 316 Sv – ingevolge art. 415 Sv ook op het geding in hoger beroep toepasselijk – neergelegde maatstaf toegepast, namelijk of de noodzaak van het verzocht was gebleken. Het oordeel van het Hof dat die noodzaak niet gebleken is, enerzijds omdat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd dat informatie uit het “Gemsbok-onderzoek” de verdenking heeft opgeleverd die tot de door het Hof behandelde strafzaak tegen de verdachte heeft geleid en evenmin voldoende is onderbouwd dat uit dat “Gemsbok-onderzoek” informatie is achtergehouden die in de onderhavige strafzaak voor de verdachte ontlastend kan zijn, anderzijds omdat de verdediging [getuige 1] opnieuw als getuige wenste te doen horen aangaande een punt dat voor de (verdere) beoordeling van deze strafzaak niet van belang kan zijn, acht ik niet onbegrijpelijk, zodat het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fdb533d70700dbeb59b12ce1fabde2a09bcbb359aee7e85b27988940b15691a, en de alinea staat in dat document op bytes 25199 tot 26169.