Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:113.

Contractuele clausules strekkende tot een recht op schadevergoeding in geval van faillissement van de wederpartij worden in het algemeen in beginsel als geldig aangemerkt en – zoals in het arrest [A]/Tideman q.q. door Uw Raad wordt bevestigd – geacht een verifieerbare vordering op te leveren. Wat betreft het geval van opzegging van een huurovereenkomst door de curator heeft Uw Raad overwogen dat art. 39 Fw daartoe de bevoegdheid verschaft en dat “door die opzegging (dus) geen schadeplichtigheid ontstaat” (rov. 3.6.2). Hieruit valt naar mijn indruk niet met zekerheid af te leiden dat een contractueel beding strekkende tot vergoeding van leegstandschade in geval van opzegging door de curator op de grond van art. 39 Fw in de visie van Uw Raad absoluut nietig is. De ongeclausuleerde formulering van de overweging en de verwijzing naar het arrest Aukema q.q./Uni-Invest, waarin een dergelijk beding centraal stond, kunnen wijzen op absolute nietigheid. Anderzijds ziet de verwijzing naar Van der Feltz I, p. 423 op de (ook in het arrest Aukema q.q./Uni-Invest aangehaalde) opmerking dat de Regering ‘niet de minste reden’ zag om de verhuurder naast zijn boedelvordering ook nog een wettelijk recht op schadevergoeding te geven, waarmee nog niets behoeft te zijn gezegd over de geldigheid van een contractueel recht op schadevergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/805df74ee250222bd952671e2bb1e3a8f91b5fc77c2015a2fa0892fae9e705eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 805df74ee250222bd952671e2bb1e3a8f91b5fc77c2015a2fa0892fae9e705eb, en de alinea staat in dat document op bytes 33899 tot 35429.