Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2013

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1136.

In 2010 kreeg de Hoge Raad de vraag voorgelegd of gezagswijziging op grond van art. 1:251a lid 1 BW kan worden gebruikt om een vastgestelde omgangsregeling te effectueren. De cassatierechter was van oordeel dat niet-nakoming van een omgangsregeling niet zonder meer grond oplevert voor een gezagswijziging op de voet van dat artikellid. Voor gezagswijziging is plaats indien het onaanvaardbare risico bestaat dat het kind als gevolg van die niet-nakoming klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, hetzij die gezagswijziging in het belang van het kind noodzakelijk is. De beslissing dat gezagswijziging in het belang van het kind noodzakelijk is moet, vanwege het ingrijpende karakter daarvan, aan hoge motiveringseisen voldoen . Deze in het kader van art. 1:251a BW ontwikkelde maatstaf kan ook worden gebruikt wanneer het, zoals in dit geval, gaat om een verzoek tot het verkrijgen van gezamenlijk gezag indien de voornaamste grond voor dat verzoek gelegen is in het niet meewerken door de andere ouder aan het totstandkomen van een omgangsregeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b9feff267203b76579b127df8857a87162ec13170f0866c5b48e0e6b4c324d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b9feff267203b76579b127df8857a87162ec13170f0866c5b48e0e6b4c324d8, en de alinea staat in dat document op bytes 38415 tot 39626.