Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013
Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:119.
De reclamebelasting en de hondenbelasting zijn de meest gemeentelijke belastingen. De wetgever dringt de gemeenten niet een specifiek karakter voor deze belastingen op. Voor het invoeren ervan mag elke gemeenteraad zijn eigen redenen hebben. Bij het bedenken van een rechtsgrond voor deze belastingen mag de raad zich, om zo te zeggen, volop uitleven op zijn autonomie als gemeentelijke regelgever. Zoals de hondenbelasting mag worden geheven als milieuheffing, als verterings- of weeldebelasting, als prohibitieve heffing en/of als bestemmingsbelasting ter bekostiging van collectieve voorzieningen voor hondenuitlaters, zo mag de reclamebelasting worden geheven ter bevordering van het stedenschoon of als bestemmingsheffing om er uitgaans- en kooplustopwekkende activiteiten mee te bekostigen. Het is dan ook geen toeval dat vanaf het eerste stadium van deze beroepsprocedure een verbinding is gelegd met het arrest over de Hellendoornse bebouwdekomhonden, waartoe die Overijsselse gemeente de heffing van haar hondenbelasting ingaande 1996 had beperkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9df01dfb7df060a02446aecc64e3c478ff333859d838c0644020e4e97573a6cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9df01dfb7df060a02446aecc64e3c478ff333859d838c0644020e4e97573a6cc, en de alinea staat in dat document op bytes 65286 tot 66355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9df01dfb7df060a02446aecc64e3c478ff333859d838c0644020e4e97573a6cc | shasum -a 256