Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013

Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:119.

Het komt mij voor dat het hof zich met deze uitspraak in meerdere opzichten op glad ijs begeeft. Het gaat niet alleen ongebruikelijk ver bij de toetsing van de onderhavige belastingverordening maar het legt tevens, wellicht onbedoeld, de bijl aan de wortel van andere belastingen met een zuiver fiscaal doel waaraan slechts een relatief beperkte groep is onderworpen. Wat valt in dit verband bijvoorbeeld te denken van de motorrijtuigenbelasting, waarvan de opbrengst voor zover ik weet in de algemene middelen van de overheid vloeit? Inwoners van Nederland die geen motorrijtuig bezitten hoeven deze belasting niet te betalen. Levert dat in de ogen van het hof discriminatie op? En, om in de gemeentelijke sfeer te blijven, wat zou het hof vinden van de OZB die met betrekking tot woningen slechts wordt geheven van eigenaren en niet van gebruikers? Ook de opbrengst van de OZB vloeit in de algemene middelen. En kan niet hetzelfde worden gezegd van de roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting, de reclamebelasting en de precariobelasting? Al deze belastingen worden slechts van een beperkte groep geheven terwijl de opbrengst in de algemene middelen vloeit. Is volgens het hof steeds sprake van discriminatie als gemeenten deze belastingen confom de Gemeentewet redigeren als algemene belastingen? (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9df01dfb7df060a02446aecc64e3c478ff333859d838c0644020e4e97573a6cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9df01dfb7df060a02446aecc64e3c478ff333859d838c0644020e4e97573a6cc, en de alinea staat in dat document op bytes 86487 tot 87854.