Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Onder 4.16. Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1202.

De doorzoeking van het kantoor van een persoon die geen professioneel geheimhouder is, behoeft niet door een rechter-commissaris te geschieden. In gevallen waarin de persoon in kwestie zich tegen inbeslagneming verzet omdat het desbetreffende stuk onder het verschoningsrecht van een advocaat valt, zal, in gevallen waarin sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen, de beoordeling of het stuk relevant is voor het strafrechtelijk onderzoek, in gevallen waarin de doorzoeking niet door de rechter-commissaris wordt verricht, niet ter plekke kunnen geschieden. Die beoordeling zal dan weer achteraf, na de inbeslagneming, moeten plaatsvinden. Ook daarbij geldt weer dat die toetsing geen inbreuk op het verschoningsrecht oplevert waarover ex art. 552a Sv kan worden geklaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcfbd54e8c2bbc56c181de1681e99b3b76bfb125882e1feaf39e5f01c6d72973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcfbd54e8c2bbc56c181de1681e99b3b76bfb125882e1feaf39e5f01c6d72973, en de alinea staat in dat document op bytes 29497 tot 30346.