Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2013

Onder 4.14. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1367.

De rechtbank zal de stelling van belanghebbende dat in dit geval het onderscheid tussen ondernemingsvermogen en ander vermogen onrechtmatig is, in zijn algemeenheid beoordelen zoals belanghebbende heeft gevraagd. De rechtbank merkt hierbij op dat ten aanzien van belanghebbende nog een bijzondere omstandigheid lijkt te gelden. Hij is immers in sterke mate vergelijkbaar met verkrijgers waarvoor de faciliteit geldt omdat hij onder meer landbouwgronden heeft verkregen die al (via de pacht) in zijn onderneming in gebruik waren en dus tot zijn ondernemingsvermogen behoren, en tot de nalatenschap geen liquiditeiten behoren waarmee hij het over de verkrijging verschuldigde successierecht kon betalen. Die bijzondere omstandigheid zal de rechtbank hier echter niet meewegen nu belanghebbende zich daarop niet heeft beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf8fb469ed183d17fc40504c247ad9d7c421d95dc06bde3a9eca1e5c2f7e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf8fb469ed183d17fc40504c247ad9d7c421d95dc06bde3a9eca1e5c2f7e64, en de alinea staat in dat document op bytes 38316 tot 39154.