Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013

Onder 9. Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1375.

Bij de beoordeling van de onderhavige klacht dient het volgende te worden vooropgesteld. Het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt. Daarbij mag de rechter datgene terzijde stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De grens die daarbij in acht moet worden genomen, is dat de essentie van de verklaring van de verdachte geen geweld mag worden aangedaan. Daarbij komt het aan op het antwoord op de vraag of de verklaring van de verdachte een andere strekking heeft gekregen. In het licht van de voormelde inhoud van de twee processen-verbaal van verhoor van verzoeker meen ik dat het Hof aan de verklaring van verzoeker geen andere strekking heeft gegeven door enkel de verklaring weer te geven zoals het Hof in bewijsmiddel 7 heeft gedaan. Dat het Hof daarbij slechts heeft verwezen naar dossierpagina’s 132 tot en met 134 doet daaraan niet af. De eerste klacht is tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd92b8cc61ac3f51520df567f6f2aea63d00c5117ff5019f7a1942495ac004bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd92b8cc61ac3f51520df567f6f2aea63d00c5117ff5019f7a1942495ac004bc, en de alinea staat in dat document op bytes 11824 tot 13092.