Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013

Onder 16. Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1375.

De algemene voorwaarde dat de veroordeelde medewerking moet verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken dan wel het ter inzage aanbieden van een identiteitsbewijs is in werking getreden nadat het bewezen verklaarde feit is begaan. De ‘Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen’ bevat niet een voor het bepaalde in art. 77z Sr relevante overgangsbepaling. Het tweede middel stelt de vraag aan de orde of het huidige art. 77z Sr ten aanzien van verzoeker kon worden toegepast, nu de ten laste van hem bewezen verklaarde feiten hebben plaatsgevonden op 17 januari 2010.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd92b8cc61ac3f51520df567f6f2aea63d00c5117ff5019f7a1942495ac004bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd92b8cc61ac3f51520df567f6f2aea63d00c5117ff5019f7a1942495ac004bc, en de alinea staat in dat document op bytes 18065 tot 18685.