Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1380.
Op grond van art. 3:83 lid 2 BW kan de overdraagbaarheid van vorderingsrechten door een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten. De bepaling berust op de gedachte dat partijen in beginsel de vrijheid hebben om bij overeenkomst de inhoud van het vorderingsrecht zelf te bepalen, dus ook de overdraagbaarheid ervan. Een dergelijk onoverdraagbaarheidsbeding heeft goederenrechtelijke werking: een levering van de vordering in strijd met het beding levert niet slechts wanprestatie van de schuldeiser tegenover zijn schuldenaar op, maar leidt ertoe dat geen overdracht tot stand komt. Discussie bestaat over de gevolgen van het beding voor de vestiging van een pandrecht. Volgens de heersende leer leidt het beding ertoe dat die vestiging geen gevolg heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 25477 tot 26519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9 | shasum -a 256