Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1380.
In de literatuur is nadrukkelijk en met regelmaat gewezen op de keerzijde van het op grote schaal gebruik maken van met name goederenrechtelijke cessieverboden. Dergelijke bedingen belemmeren de mogelijkheden van de rechthebbende om zijn vorderingen door overdracht (factoring, securitisation) of verpanding liquide te maken, hetgeen de financiering van ondernemingen bemoeilijkt. Onderzoek door de financier naar cessie- en verpandingsverboden is in geval van pluriforme en voortdurend van samenstelling veranderende vorderingenportefeuilles vrijwel niet uitvoerbaar. De daaruit voortvloeiende onzekerheid over de waarde van vorderingen als zekerheidsobject brengt mee dat meer kapitaal moet worden aangehouden, hetgeen leidt tot een hogere prijs voor krediet. Voor veel bedrijven is een dergelijke vorm van financiering onontbeerlijk; sommige bedrijven zijn er zelfs volledig op aangewezen. Voorts wordt er op gewezen dat uiteindelijk ook de schuldenaar belang heeft bij het voorkomen van financieringsblokkades als gevolg van toestemmings-, onoverdraagbaarheids- of onverpandbaarheidsbedingen, niet alleen als kredietbehoevende ondernemer in het algemeen, maar ook in die zin dat zijn wederpartij in staat wordt gesteld hem leverancierskrediet te verstrekken en/of een bepaalde betalingstermijn te gunnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 30909 tot 32294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6ff1012c09064c56593fa5839697a5afa71626ea03a626157b446e970d4e0e9 | shasum -a 256