Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2013

Onder 25. Parket bij de Hoge Raad 26 november 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1424.

Na de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2009 naar aanleiding van de Salduz zaak geldt als vaste jurisprudentie dat indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, dat in beginsel een vormverzuim oplevert als bedoeld in art. 359a Sv. Na een daartoe strekkend verweer moet de rechter onderzoeken of verdachte daadwerkelijk in de gelegenheid is geweest voorafgaand aan het verhoor een advocaat te consulteren, en als dit niet komt vast te staan moet dat zonder meer tot bewijsuitsluiting leiden van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen. Uitzondering op deze regel kan worden gemaakt in het geval dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, of bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. Doen die uitzonderingen zich niet voor dan zal de desbetreffende verklaring van de verdachte niet voor het bewijs mogen worden gebruikt en is er geen plaats meer voor een nadere afweging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/704cda2d9775f67e44d4f8225271ba275d8d284cc17865ad889d134a6d73c514. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 704cda2d9775f67e44d4f8225271ba275d8d284cc17865ad889d134a6d73c514, en de alinea staat in dat document op bytes 27980 tot 29232.