Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2160.

Het subonderdeel betoogt dat de (definitieve) gebondenheid van het hof in deze schadestaatprocedure niet enkel en alleen ziet op zijn beslissing in de hoofdprocedure af te zien van een onderzoek door een arbeidsdeskundige, maar vooreerst op zijn onherroepelijke oordelen en daarop voortbouwende beslissingen die het hof toen al had gegeven (op grond van c.q. naar aanleiding van het reeds voorhanden bewijsmateriaal dat het hof in zijn eindarrest deed concluderen) dat - voldoende was gebleken dat - “[eiser] gedurende enige tijd niet tot het verrichten van zijn normale werk in staat is geweest en thans voor de helft van de tijd niet tot het verrichten van zijn normale werkzaamheden, noch tot het verrichten van andere betaalde arbeid in staat moet worden geacht” , hij “als gevolg van het ongeval gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geworden in die zin dat hij niet meer dan halve dagen als buschauffeur kan werken” , hij (ook) tot andere arbeid niet in staat is en voor rekening van de schadeveroorzaker komt dat [eiser] gelet op zijn leeftijd en schoolopleiding vrij beperkte mogelijkheden heeft ander werk te vinden. Bij deze stand van zaken kwam het hof in de hoofdprocedure, volgens het subonderdeel terecht en nu definitief, in zijn eindarrest tot de slotsom dat, bij nader inzien, het arbeidsdeskundig onderzoek niet (meer) aan de orde hoefde te komen (p. 3-4). Voormelde oordelen uit het eindarrest had het hof in deze schadestaatprocedure zoals de rechtbank - nog steeds volgens het subonderdeel - met juistheid in haar beroepen vonnis had gedaan (rov. 3.4), als “vaststaand uitgangspunt” moeten nemen, omdat die oordelen en beslissingen onherroepelijk waren (geworden) met het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraken van de rechtbank en het hof in de aansprakelijkheidsprocedure. Hiervan uitgaande had het hof, anders dan het in rov. 10.4 van het tussenarrest van 2 juni 2009 concludeerde, niet kunnen komen tot het gelasten van een deskundigenbericht van een onafhankelijke registerarbeidsdeskundige, nu vorenbedoelde onherroepelijke oordelen van de rechtbank en het hof in de hoofdprocedure in de weg stonden aan een andersluidende uitkomst en een deskundigenbericht (ook) in deze schadestaatprocedure zonder nut en noodzaak (belang) was (en is). Door te oordelen en beslissen op de wijze (en de gronden) als het heeft gedaan, heeft het hof volgens het onderdeel (althans in zoverre) blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84b02edec25e844eb92d56e2c944e04160eabb6f13785ea87921265d057ab194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84b02edec25e844eb92d56e2c944e04160eabb6f13785ea87921265d057ab194, en de alinea staat in dat document op bytes 53095 tot 55674.