Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Onder 3.4 (…) Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2364.

Vervolgens maakt het HvJ EG een onderscheid tussen twee gevallen: (i) de fiscus heeft aanwijzingen op basis waarvan hij een "nuttig" inlichtingenverzoek aan de andere EG-lidstaat kan doen, of (ii) hij heeft geen dergelijke aanwijzingen. Het Hof houdt er aldus rekening mee dat de internationale en EG-rechtelijke instrumenten tot wederzijdse bijstand bij de heffing veelal slechts bijstand voorzien in geïndividualiseerde gevallen, zodat grensoverschrijdende fishing expeditions (serievragen) niet mogelijk zijn, anders dan in het binnenland, en dat automatische uitwisseling, eveneens anders dan in het binnenland, afhankelijk is van onderhandelingen met en medewerking van de bronstaat. De fiscus moet een verzwijger eerst individueel in de peiling hebben voordat hij "nuttig" gebruik kan maken van de EG-heffingsbijstandsrichtlijn, van de inlichtingenbepaling in een bilateraalbelastingverdrag of van het WABB-Verdrag en daartoe behoeft hij eerst "aanwijzingen." Het HvJ EG acht daarom een ongedifferentieerd zeven jaar langere termijn niet onevenredig zolang de fiscus dergelijke aanwijzingen niet heeft (en effectief dus geen bijstand aan andere lidstaten kan vragen): [A-G: volgt citaat r.o. 63-73 arrest Passenheim-van Schoot, zie onderdeel 4.3]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 53659 tot 54926.