Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2364.

Tussen het moment dat de fotokopieën van microfiches bij de Nederlandse belastingdienst binnenkwamen (27 oktober 2000) en het moment dat belanghebbende werd geïdentificeerd, is één jaar verstreken. In die periode heeft de belastingdienst een projectgroep opgezet, die een draaiboek heeft ontwikkeld voor onder andere de identificatie van de KB-Luxrekeninghouders. Volgens belanghebbende (cassatiemiddel X) heeft zijn identificatie meer tijd dan noodzakelijk gekost, hetgeen voor rekening van de Inspecteur dient te komen. Volgens A-G Wattel daarentegen (in een andere procedure) [4.7] levert de ontvangst van de fotokopieën van microfiches nog helemaal geen aanwijzing op dat belanghebbende over een niet-aangegeven KB-Luxrekening beschikt. Het moment waarop de Nederlandse fiscus een aanwijzing als bedoeld in BNB 2009/222* [4.3] verkrijgt, is volgens Wattel het moment waarop de belastingdienst de belanghebbende als rekeninghouder heeft geïdentificeerd (i.c. oktober 2001). Zowel Hof ’s-Gravenhage als de Hoge Raad besteedt niet expliciet aandacht aan de vraag of de fotokopieën van microfiches wel ‘aanwijzingen’ in de zin van BNB 2009/222* vormen. Uit het feit dat zij de voortvarendheidstoets aanleggen vanaf 27 oktober 2000 (de ontvangst van de fotokopieën van microfiches), leid ik af dat zij de opvatting van Wattel niet delen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 60285 tot 61649.