Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2364.

69. Aangaande het argument dat de navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR willekeurig zou zijn vastgesteld op twaalf jaar, dient te worden vastgesteld dat, voor zover deze termijn wordt verlengd bij verzwijging van belastbare bestanddelen voor de fiscus, de keuze van een lidstaat om deze termijn in de tijd te beperken en deze beperking te koppelen aan de termijn voor het instellen van een strafvervolging voor het misdrijf van belastingfraude niet onevenredig lijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 39731 tot 40221.