Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2364.
1) De artikelen 49 EG en 56 EG moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat, wanneer voor de belastingautoriteiten van een lidstaat spaartegoeden en inkomsten uit deze tegoeden zijn verzwegen en deze autoriteiten geen aanwijzingen over het bestaan ervan hebben op basis waarvan zij een onderzoek kunnen instellen, deze lidstaat een langere navorderingstermijn toepast wanneer deze tegoeden in een andere lidstaat zijn aangehouden dan wanneer zij in eerstgenoemde lidstaat zijn aangehouden. De omstandigheid dat deze andere lidstaat het bankgeheim kent, is in dit opzicht van geen belang. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 42240 tot 42871.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/145ece3fae6bae1fff1e5d1c4e41d739b7e2bfb96f2c243668612a3d37037cf4 | shasum -a 256