Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2369.

Ik vraag mij af of de minister in zijn antwoord op de vraag van de CDA-fractie in de Eerste Kamer is teruggekomen van het standpunt in de memorie van toelichting dat aan de rechtspraak kan worden overgelaten in hoeverre een rechtsmiddelenverbod zou kunnen worden doorbroken. M.i. heeft de minister niet meer bedoeld dan dat hij andere of ruimere dan in de jurisprudentie ontwikkelde doorbrekingsgronden niet wenselijk acht indien de doorbrekingsjurisprudentie van toepassing zou zijn. Ik verschil daarin van mening met Akkermans en De Groot, die kennelijk menen dat uit de hierboven geciteerde passage uit de memorie van antwoord volgt dat de uitsluiting van rechtsmiddelen van art. 1019bb Rv. “natuurlijk” kan worden doorbroken op een van de daarvoor in de rechtspraak ontwikkelde gronden .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6d3cdabe6f3921cb8e0d7223efb79b5f830c92606be4bd92d55e99ceb06fb59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6d3cdabe6f3921cb8e0d7223efb79b5f830c92606be4bd92d55e99ceb06fb59, en de alinea staat in dat document op bytes 27584 tot 28455.