Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013
Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2379.
Subonderdeel 1.1 veronderstelt dat de vereniging reeds opgehouden is te bestaan. Zie ik het goed, dan staat in deze procedure weliswaar vast dat de vereniging door de rechtbank is ontbonden en daarbij een vereffenaar is benoemd, maar niet dat er geen (potentiële) baten aanwezig (meer) zijn of dat de afwikkeling van het vermogen van de vereniging volledig is afgerond. Het gerechtshof heeft hierover niets vastgesteld; een en ander volgt evenmin uit de gedingstukken. Het door het OM bij het verweerschrift in appel gevoegde uittreksel van het handelsregister van de vereniging vermeldt alléén de datum (‘27-06-2012’) en reden van de ontbinding (‘rechterlijke uitspraak’), niet dat de vereffening is geëindigd (vgl. art. 2:19 lid 6 BW). De brief van 5 maart 2013 van de vereffenaar van de vereniging, die bij requisitoir in appel is overgelegd, stelt weliswaar dat er geen sprake is van enig actief in de vereniging, maar sluit niet geheel uit dat er in de toekomst nog werkzaamheden moeten worden verricht in verband met de vereffening (‘zullen er […] nauwelijks nog werkzaamheden hoeven te worden verricht’). Art. 2:19 lid 5 BW, waarin wordt bepaald dat de rechtspersoon na ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is, brengt bij deze stand van zaken mee dat aangenomen moet worden althans niet kan worden uitgesloten dat de vereniging thans nog voortleeft. Subonderdeel 1.2 is gegrond op de veronderstelling dat de opdracht tot het instellen van het hoger beroep is gegeven door een voormalig bestuurder. Dit betreft geen vaststaand feit. Het OM ziet dat ook in, aangezien in appel is gesteld dat niet duidelijk is wie namens de vereniging die opdracht heeft gegeven en dat dit ‘mogelijk’ door de voormalig bestuurder Uittenbogaard is gedaan . Zouden deze subonderdelen wel feitelijke grondslag hebben, dan meen ik dat zij alsnog falen bij gebrek aan belang, nu het oordeel van het hof juist is, zij het op een andere grond, namelijk het arrest van het Hoge Raad van 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9762, NJ 2013/59, waarin is geoordeeld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807, en de alinea staat in dat document op bytes 64909 tot 67098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807 | shasum -a 256