Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2379.
Een tweede categorie omstandigheden die de indringendheid van de noodzakelijkheidstoets bepaalt, is de intentie bij en de gevolgen van bepaalde uitingen en gedragingen. Zo is relevant of de journalist die verantwoordelijk is voor een televisiereportage waarin racistische uitspraken worden gedaan, te goeder trouw opkomend racisme aan de kaak wilde stellen of juist een racistisch oogmerk had . Dat een uiting of gedraging op weerstand van een meerderheid van de bevolking stuit, kan op zichzelf niet een inbreuk op de in het EVRM neergelegde rechten rechtvaardigen . Wat betreft de gevolgen van een uiting geldt dat overheidsinmenging eerder noodzakelijk wordt geacht wanneer een uiting neerkomt op het aanzetten tot geweld of schade toebrengt aan bepaalde personen . Dat geldt ook wanneer de uiting verband houdt met de goede zeden . Enerzijds wordt gekeken naar de gevolgen van de inmenging voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, anderzijds naar de verhouding tussen de (ernst van de) uiting en de genomen maatregel. Heeft een maatregel een beperkt toepassingsgebied, dan zal de inmenging eerder legitiem worden geacht .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807, en de alinea staat in dat document op bytes 40663 tot 42130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cc4783f2cbab8804b54397d018d9d1a3e5e7e8a1d5237e7a09b6ad42343c807 | shasum -a 256