Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:25.

De gemeente is niet van het vonnis van 15 oktober 2008 in hoger beroep gekomen, naar eigen zeggen omdat zij door de rechtbank in het gelijk was gesteld en derhalve bij het hoger beroep geen belang zou hebben . Dat belang was er echter wel degelijk. De gemeente was weliswaar geheel in het gelijk gesteld (de vorderingen van [eiser] zijn afgewezen met een vergoeding van de aan haar zijde gevallen proceskosten), maar zij had moeten onderkennen – en heeft dat in feite ook gedaan door na het verstrijken van de appeltermijn verbetering van het vonnis te verzoeken – dat de rechtbank een niet te executeren proceskostenveroordeling heeft uitgesproken omdat deze ten laste was gebracht van een niet bestaande procespartij. De gemeente had dit voor haar ongunstige dictum kunnen en moeten laten herstellen via het daartoe geëigende rechtsmiddel van het hoger beroep. Zij had dan bijvoorbeeld als grief kunnen aanvoeren dat de rechtbank ten onrechte art. 245 Rv. niet ambtshalve heeft toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056, en de alinea staat in dat document op bytes 19214 tot 20350.