Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:25.

In plaats van hoger beroep in te stellen van het vonnis van de rechtbank van 15 oktober 2008 heeft de gemeente, mede vanwege proceseconomische redenen , ervoor gekozen de vergoeding van de proceskosten van de eerdere procedure als reconventionele vordering in te stellen in de door [eiser] aanhangig gemaakte procedure . De gemeente heeft daartoe primair een beroep gedaan op art. 245 Rv. en heeft zich subsidiair beroepen op art. 2:203 BW en art. 4 Hnw alsmede op art. 6:162 BW . De rechtbank heeft deze reconventionele vordering afgewezen, omdat – kort gezegd – art. 245 Rv. slechts in de oorspronkelijke procedure aan de orde kan worden gesteld, de overige bepalingen niet op de onderhavige situatie zien en de rechtbank evenmin de bevoegdheid geven om [eiser] in de proceskosten te veroordelen, terwijl voorts de op onrechtmatige daad gebaseerde vordering onvoldoende is onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056, en de alinea staat in dat document op bytes 21271 tot 22365.