Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:25.
Een veroordeling in de proceskosten op de voet van de art. 237 e.v. Rv. vindt alleen maar plaats in het kader van een civiele procedure en is met betrekking tot de hoogte afhankelijk van in die procedure verrichte handelingen en het met de inzet van de procedure gegeven tarief. Het is bovendien niet zo – al lijkt de eerste volzin van art. 237 Rv. tot die conclusie te leiden – dat de partij die bij vonnis in het gelijk wordt gesteld ook altijd een veroordeling te zijnen gunste van haar wederpartij verkrijgt . De rechter heeft immers de bevoegdheid de kosten te compenseren of de kosten die nodeloos worden aangewend of veroorzaakt voor rekening te laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte (art. 237 lid 1, tweede en derde zin Rv.). De verplichting tot het betalen van proceskosten wordt pas gecreëerd in en door de rechterlijke uitspraak. Het debat over de verschuldigdheid van de proceskosten op de voet van de art. 237 e.v. Rv. moet dan ook gevoerd worden binnen die procedure of het eventuele vervolg daarop na het instellen van een rechtsmiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056, en de alinea staat in dat document op bytes 26616 tot 27773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb97dc4c7681872d377258a97106402bf942f6a75f0185b92d7ded1f3120c056 | shasum -a 256