Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:30.

De klacht over de onbegrijpelijkheid van het oordeel dat de vader in dezelfde mate de kinderen zal kunnen begeleiden naar hun activiteiten en met hen activiteiten kan ondernemen als hij dat met de kinderen in Nederland kan doen, mist feitelijke grondslag. Anders dan de onderdelen veronderstellen, heeft het hof daarmee klaarblijkelijk niet bedoeld dat de vader na een verhuizing van de kinderen naar Finland in dezelfde mate bij hun dagelijkse leven zal zijn betrokken als dat in Nederland het geval is. De gewraakte passage ( “Tevens zal hij daarbij (…)” ) betreft slechts de wijze waarop de vader invulling kan geven aan zijn opvoedende en verzorgende taak in de perioden (éénmaal per drie weken of éénmaal per maand een lang weekend) gedurende welke hij de kinderen in Finland kan bezoeken. Dat de frequentie van het contact tussen de vader en de kinderen zal veranderen, is ook door het hof vooropgesteld. Voorts heeft het hof onder ogen gezien dat de verhuizing van de moeder en de kinderen naar Finland de gelijkwaardigheid van de ouders niet onaangetast zal laten; het hof heeft in dit verband zelfs van een inbreuk gesproken, zij het dat die inbreuk niet dermate groot is dat de verhuizing naar Finland daardoor niet langer in het belang van de kinderen zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 65595 tot 66923.