Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:30.
Na een inleiding (onder A), bevat het verzoekschrift (onder B) een drietal cassatiemiddelen (I-III). Middel I (onderdelen 17-33) richt zich blijkens onderdeel 17 tegen de rov. 4.8-4.14. Onderdeel 19 betoogt dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting van het in art. 1:253a BW vervatte begrip “belang van het kind” is uitgegaan, althans een onjuist toetsingskader heeft gehanteerd door niet de zelfstandige belangen van de kinderen in de belangenafweging te betrekken. Het onderdeel betoogt dat het hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat de kinderen uitsluitend een van één van de ouders (in casu de moeder) afgeleid belang hebben, in welk verband het onderdeel wijst op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgens welke de belangen van de kinderen bij de beslissing een eerste (doch niet enige) overweging dienen te zijn. Althans is, nog steeds volgens het onderdeel, het oordeel van het hof op dit punt, zonder nadere toelichting die ontbreekt, onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd, mede gelet op hetgeen het hof in rov. 4.7 heeft overwogen. Na een schets van het wettelijke kader en de volgens de rechtspraak toepasselijke maatstaven in de onderdelen 19-23 , betoogt onderdeel 24 dat de door het hof gevolgde gedachtegang aldus kan worden weergegeven dat het hof zich heeft afgevraagd, in de eerste plaats bij welke ouder de kinderen het beste hun hoofdverblijfplaats kunnen hebben, in de tweede plaats of deze ouder belang heeft bij verhuizing naar het buitenland, en, in de derde plaats, of er argumenten denkbaar zijn die boven dit belang dienen te prevaleren (zoals het belang van de kinderen en de belangen van de vader). Daarmee heeft het hof volgens het onderdeel een onjuist uitgangspunt gehanteerd, nu op grond van art. 1:253a BW het belang van het kind dient te worden overwogen, los van de individuele en zelfstandige belangen van de ouders, die eveneens, maar dan als afzonderlijke belangen, in de belangenafweging door de rechter dienen te worden betrokken. De onderdelen 25-26 werken verder uit waarin de (volgens de vader onjuiste) benadering van het hof tot uitdrukking komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 27876 tot 30210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf | shasum -a 256