Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:30.
“3.5 (…) Het gaat in cassatie in het bijzonder om de vraag of de rechter in verband met de inwerkingtreding van de Wet in beginsel steeds moet uitgaan van een gelijke verdeling van de hoofdverblijfplaats van het kind en van een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders. Het antwoord op die vraag luidt ontkennend. Zoals mede blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.5-2.13, brengt de door de wetgever tot uitgangspunt genomen gelijkwaardigheid van de beide ouders en de wenselijkheid van een in beginsel gelijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken na het uiteengaan van de ouders niet mee dat, wanneer de ouders dienaangaande geen overeenstemming kunnen bereiken, de rechter bij zijn beslissing over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken het belang van de minderjarige niet het zwaarst zou mogen laten wegen. Dat belang dient immers bij de te verrichten afweging van belangen een overweging van de eerste orde te zijn. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 53212 tot 54316.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e332ea3a0b4c11061f7c93873ee4ca0fa828a63488461c8825f1dfdb746e8bcf | shasum -a 256