Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:362.

Voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat die vervolging in strijd is met beginselen van een goede procesorde is slechts plaats in uitzonderlijke gevallen. Daarbij valt te denken aan die gevallen waarin door het optreden van het openbaar ministerie doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan, alsmede aan het geval dat bij de verdachte op grond van door het openbaar ministerie gedane — of aan deze toe te rekenen — toezeggingen de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat hij niet zal worden vervolgd. In beginsel kan alleen indien bij de verdachte door de daartoe bevoegde autoriteit, te weten het openbaar ministerie, het vertrouwen is gewekt dat niet tot vervolging zal worden overgegaan, daarvan de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging het gevolg zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168, en de alinea staat in dat document op bytes 12478 tot 13569.