Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:362.

In de onderhavige zaak is de bewuste brief van 8 maart 2011 verstuurd door het arrondissementsparket Zutphen. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte die brief heeft ontvangen. Uit het proces-verbaal van de zitting van 4 juli 2011 blijkt niet dat het Hof de verdachte vragen heeft gesteld over de gang van zaken. Kennelijk is het Hof ervan uitgegaan dat de verdachte op enig moment na 8 maart 2011 kennis heeft genomen van de inhoud van de bedoelde brief. In cassatie zal voorts, nu dat is aangevoerd en door het Hof in het midden is gelaten, als vaststaand moeten worden aangenomen dat bij de verdachte op grond van die kennisneming de gedachte heeft postgevat dat de zaak geëindigd was en dat de verdachte er derhalve op vertrouwde van verdere vervolging verschoond te blijven. De vraag waarop het aankomt, is zo gezien of het Hof kon oordelen dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168, en de alinea staat in dat document op bytes 13633 tot 14540.