Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:362.

Ik begin met de eerste factor. De zaak heeft betrekking op een ernstig verkeersongeval waarbij een dode en een (zwaar) gewonde vielen te betreuren. Aan de verdachte werd onder 1 primair doodslag tenlastegelegd, en onder 2 primair poging tot doodslag. Onder 1 subsidiair en onder 2 meer subsidiair was dood resp. zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 6 WVW 1994) ten laste gelegd. De Rechtbank sprak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde algeheel vrij (en veroordeelde de verdachte alleen voor de onder 3 tenlastegelegde overtreding van art. 30 WAM). De officier van justitie stelde hoger beroep in en diende op 3 mei 2010 een appelschriftuur in waarin werd opgekomen tegen de vrijspraken ter zake van art. 6 WVW 1994 en waarin werd betoogd dat die vrijspraken berustten op een onjuiste uitleg van de jurisprudentie van de Hoge Raad. Gelet op de ernst van de tenlastegelegde feiten en de principiële bezwaren die het openbaar ministerie tegen het vonnis aanvoerde, zou een algehele intrekking van het appel zeven maanden later verwondering hebben gewekt. Dat betekent dat ook de verdachte er bedacht op had moeten zijn dat sprake was van een vergissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168, en de alinea staat in dat document op bytes 15451 tot 16621.