Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013
Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:362.
De tweede factor betreft als gezegd de processuele context waarin de mededeling is gedaan. Het Hof heeft vastgesteld dat de bedoelde mededeling is gedaan nadat de dagvaarding in hoger beroep op 8 oktober 2010 aan de partner van verdachte is uitgereikt en een afschrift van die dagvaarding op 5 oktober 2010 aan de raadsman van de verdachte is verstrekt en nadat de terechtzitting van 23 december 2010 waarvoor de verdachte was gedagvaard, plaats had gevonden, zij het dat verdachte en zijn raadsman aldaar niet zijn verschenen. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte en zijn raadsman uit deze gang van zaken konden opmaken dat de behandeling van de strafzaak tegen verdachte een aanvang had genomen. Het Hof heeft met deze overweging kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat verdachte en zijn raadsman, in aanmerking genomen dat op grond van art. 453 Sv het beroep uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van het beroep kan worden ingetrokken en de zitting op 23 december 2010 doorgang had gevonden, hadden kunnen begrijpen dat het onwaarschijnlijk was dat het hoger beroep in zijn geheel was ingetrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168, en de alinea staat in dat document op bytes 16685 tot 17813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168 | shasum -a 256