Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Onder 5.9. Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:362.

In HR 27 maart 2012, LJN BV6661, waarin het eveneens ging om een administratieve vergissing, achtte de Hoge Raad het met het Hof van belang dat de vergissing door het openbaar ministerie betrekkelijk snel was recht gezet in een schrijven waarin precies werd uiteengezet wat er fout was gegaan. Niet helemaal duidelijk is hoe dat moet worden begrepen. De gedachte kan zijn dat vertrouwen dat aanvankelijk niet gerechtvaardigd is, dat met het verstrijken van de tijd wél wordt doordat het stilzitten van het openbaar ministerie lijkt te bevestigen dat aan de zaak een einde is gekomen. De gedachte kan ook zijn dat bij de afweging van het belang dat gewekte verwachtingen worden gehonoreerd tegen het vervolgingsbelang, de duur van de periode waarin de verdachte meende dat hij de dans was ontsprongen, een relevante factor is. Wat daarvan ook zij, in de onderhavige zaak legt het tijdsverloop weinig gewicht in de schaal. Tussen de verzending van de brief en de betekening in persoon van de oproeping voor de nadere zitting ligt bijna vier maanden. Dat is aanmerkelijk langer dan het geval was in LJN BV6661, maar ook niet zo lang dat daarin een bevestiging kan worden gezien van hetgeen die brief inhield.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f0e2a791bb8fe08b26a11341642e1049de1857555159a64b5e87223e7f9168, en de alinea staat in dat document op bytes 19053 tot 20273.