Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:39.
De aangevoerde klachten falen omdat zij eraan voorbij gaan dat in de bestreden rechtsoverwegingen niet aan de orde is het bewijs met betrekking tot ‘het bestaan (…) van de volmacht’ (art. 3:70 BW) als zodanig. In deze rechtsoverwegingen is het bewijs toegespitst op de vraag naar het bestaan van Multinvestments als volmachtgever. Aangezien [eiser] c.s. het bestaan van Multinvestments hebben betwist, heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de bewijslast ter zake van deze stelling bij [eiser] c.s. te leggen (rov. 9 van het eindarrest). Daarbij komt dat niet valt in te zien dat [eiser] c.s. bij deze bewijslastverdeling nadeel hebben ondervonden, omdat het hof in rov. 5.4 van het tussenarrest voorshands op grond van de stellingen van [eiser] c.s. en de overgelegde producties (rov. 5.2) bewezen heeft geacht dat Multinvestments niet bestond ten tijde van het sluiten van de overeenkomst behoudens door [verweerder] te leveren tegenbewijs (rov. 5.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619, en de alinea staat in dat document op bytes 11610 tot 12614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619 | shasum -a 256