Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:39.

Onderdeel 3 heeft betrekking op de waardering in rov. 4 t/m 9 van het eindarrest van het door [verweerder] door middel van getuigenverklaringen en documenten geleverde bewijs omtrent het bestaan van Multinvestments. Het onderdeel bouwt gedeeltelijk voort op de klachten in de onderdelen 1 en 2, die tevergeefs zijn voorgesteld. Voor het overige faalt het onderdeel eveneens, omdat wordt miskend dat het hof het door [verweerder] geleverd geachte tegenbewijs niet alleen heeft gegrond op stukken waarvan – anders dan [verweerder] had verzocht – geen inzage in de originelen is verschaft maar ook op getuigenverklaringen waarin de inhoud van de desbetreffende stukken is bevestigd. Voorts geldt dat de waardering van getuigenbewijs en van bewijs op grond van documenten in belangrijke mate is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Het op dit punt gegeven oordeel van het hof in rov. 4 t/m 9 van het eindarrest is niet onbegrijpelijk, zodat de daartegen gerichte klachten falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619, en de alinea staat in dat document op bytes 12693 tot 13752.