Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:39.

‘13. (…) reeds op grond van de volmacht van 2 februari 2007 was [verweerder] bevoegd om namens Multinvestments de overeenkomst te ondertekenen. Dit wordt overigens bevestigd door de partijgetuigenverklaring van [verweerder]. Naar het oordeel van het hof is [verweerder] geslaagd in het leveren van het bewijs dat hij op 27 april 2007 een toereikende volmacht had van Multinvestments. De e-mail van 4 april 2007, waarin [verweerder] aan [betrokkene 2] meldde niet meer over een volmacht te beschikken, doet aan het bestaan van een toereikende volmacht niet af. (…) Naar het oordeel van het hof heeft [verweerder] voorts een afdoende verklaring gegeven voor het bestaan van de tweede volmacht en voor de late overlegging ervan in deze procedure. (…) Dat [verweerder] niet de originelen van de volmachten ter griffie heeft gedeponeerd, doet aan het voorgaande niet af. [verweerder] heeft onbetwist gesteld dat hij niet beschikt over de originelen, dat hem destijds uitsluitend kopieën zijn toegezonden per post dan wel elektronische berichtenverkeer en dat de originele worden bewaard op het kantoor van Multinvestments’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bb34f996519ab98e4913dad7e5e388c4039f55883c9b275c4a197a431884619, en de alinea staat in dat document op bytes 16023 tot 17165.