Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:41.

In de literatuur bestaat, tegen de achtergrond van het arrest DSM/Fox , discussie over de vraag of deze objectieve uitlegnorm moet worden beschouwd als zelfstandige norm , een toepassing van/ variant op de CAO-norm , dan wel een geobjectiveerde variant van de Haviltex-norm. Volgens de (subjectieve) Haviltex-norm komt het niet alleen aan op de taalkundige uitleg van een schriftelijke bepaling, maar op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te zien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Volgens de (objectieve) CAO-norm zijn de bewoordingen van een bepaling van een CAO, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Deze norm is ook toegepast op andere geschriften waarin een regeling is vastgelegd die naar haar aard bestemd is de rechtspositie van derden te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben op de inhoud of de formulering van de regeling, terwijl de onderliggende partijbedoeling voor die derden niet kenbaar is. In het DSM/Fox arrest is aangegeven dat tussen de Haviltex-norm en de CAO-norm een vloeiende overgang bestaat. Enerzijds geldt ook bij toepassing van de Haviltex-norm dat meer plaats is voor objectieve uitleg van een geschrift naarmate de regeling meer bestemd is de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van partijen niet kunnen kennen. Anderzijds leidt de CAO-norm niet tot een louter taalkundige uitleg, maar behelst een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden . Voorts komt betekenis toe aan de kenbare partijbedoeling voor zover deze naar objectieve maatstaven volgt uit de CAO-bepalingen en de eventuele daarbij behorende schriftelijke toelichting. Benadrukt wordt dat genoemde normen als gemeenschappelijke grondslag hebben dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen; voorts dat de uitleg van een schriftelijk contract niet dient plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van zijn bewoordingen, al is deze in praktisch opzicht bij de uitleg vaak wel van groot belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710bfce3e9c2e35b8ffce6dca5678e249bd9b469806d197696be5902581ef840. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710bfce3e9c2e35b8ffce6dca5678e249bd9b469806d197696be5902581ef840, en de alinea staat in dat document op bytes 34488 tot 37386.