Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:50.

Voorts rijst de vraag of in een situatie als de onderhavige voor een niet-ontvankelijkverklaring nog plaats is als reeds ten tijde van het instellen van de civiele vordering de termijn waarbinnen beroep tegen de beslissing op bezwaar bij de bestuursrechter kon worden ingesteld, reeds was verstreken . In een dergelijke situatie is naar mijn mening geen sprake van niet-ontvankelijkheid van de eisende partij, maar van formele rechtskracht van het besluit op bezwaar (en van de daarin vervatte beslissing op het verzoek om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure). De burgerlijke rechter (voor zover überhaupt bevoegd) zal zich dan (in beginsel) aan de op art. 7:15 lid 2 Awb gebaseerde beslissing over de kosten van de voorprocedure moeten conformeren. Die beslissing is niet een zuiver schadebesluit in de zin van het arrest Groningen/Raatgever , welk besluit de justitiabele op grond van de aan art. 8:73 Awb ten grondslag liggende keuzevrijheid kan negeren door zijn aanspraak aan de burgerlijke rechter (in plaats van het betrokken besluit aan de bestuursrechter) voor te leggen. De proceskostenregeling van de Awb heeft met art. 8:73 Awb niets van doen; enige keuzevrijheid voor de justitiabele is daarmee door de wetgever (blijkens diens keuze voor een uitsluitende bevoegdheid van de bestuursrechter) ook niet beoogd. [eiser] c.s., die op zichzelf niet hebben bestreden dat zij eveneens de bestuursrechtelijke weg hadden kunnen bewandelen (repliek mrs. Sluysmans en De Graaff onder 7), hebben niets aangevoerd wat een uitzondering op de formele rechtskracht zou kunnen rechtvaardigen. Bij schriftelijke toelichting van de mrs. Sluysmans en De Graaff (onder 55) is niet meer gesteld dan dat het instellen van beroep bij de bestuursrechter niet voor de hand lag, nu het primaire besluit niet meer bestond en “niet (valt) in te zien welk nut het zou hebben gehad om tegen de beslissing op bezwaar beroep in te stellen” . Welk nut een dergelijk beroep zou hebben gehad, valt echter wel degelijk in te zien: dat nut had gelegen kunnen zijn in het recupereren van het verschil tussen de werkelijke en de vergoede kosten van de bezwaarprocedure, welk verschil [eiser] c.s. (naast andere posten) wél een civiele procedure waard was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee40a72e1b07dcb10b011cee81810e25ce56d486bed8c1403e2832a249e7db04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee40a72e1b07dcb10b011cee81810e25ce56d486bed8c1403e2832a249e7db04, en de alinea staat in dat document op bytes 82846 tot 85301.