Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:50.

Naar ik meen heeft het hof, dat noch van de onbevoegdheid van de burgerlijke rechter, noch van de niet-ontvankelijkheid van [eiser] c.s., noch van de formele rechtskracht van het besluit op het bezwaar is uitgegaan, niet de juiste consequenties verbonden aan de (uitsluitende) bevoegdheid van de bestuursrechter met betrekking tot de vaststelling en de vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure. Nu in het incidentele middel, zoals ik dat hiervóór (onder 4.2) heb opgevat, daarop gerichte klachten liggen besloten, acht ik dat middel gegrond. Of het middel tot cassatie moet leiden, hangt echter hiervan af of de Hoge Raad het principale middel, voor zover dat op de kosten van de bestuursrechtelijke fase betrekking heeft, als eerste zal behandelen en dat middel gegrond zal bevinden. Als de Hoge Raad het principale middel in zoverre ongegrond zal bevinden, zal de Gemeente bij een behandeling van het incidentele middel immers geen belang meer hebben. Is het principale middel in zoverre echter gegrond, dan zal het bestreden arrest óók in het incidentele beroep moeten worden vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee40a72e1b07dcb10b011cee81810e25ce56d486bed8c1403e2832a249e7db04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee40a72e1b07dcb10b011cee81810e25ce56d486bed8c1403e2832a249e7db04, en de alinea staat in dat document op bytes 85380 tot 86495.