Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013
Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:578.
Het antwoord op de vraag of de geuite woorden op zichzelf dan wel in de context van het geval geëigend zijn om de bedoelde redelijke vrees op te wekken, is afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard en daardoor in cassatie slechts beperkt toetsbaar. Daardoor is, zoals annotator Keijzer opmerkte, de rechtszekerheid op dit punt “gedoemd gebrekkig te blijven”. Inderdaad is het moeilijk om in de casuïstische rechtspraak van de Hoge Raad een heldere lijn te ontdekken, tenminste als het gaat om de betrekkelijk grote categorie grensgevallen. Aangezien het ook in de onderhavige zaak om een dergelijk grensgeval gaat, bespreek ik hieronder eerst ter vergelijking een aantal arresten van de Hoge Raad met betrekking tot dergelijke grensgevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3ca39151ddf676560a24be1fdcaac99c29835486af4f7e1d7f3205fd2d33d9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3ca39151ddf676560a24be1fdcaac99c29835486af4f7e1d7f3205fd2d33d9e, en de alinea staat in dat document op bytes 17881 tot 18712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3ca39151ddf676560a24be1fdcaac99c29835486af4f7e1d7f3205fd2d33d9e | shasum -a 256