Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Onder 4.13. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:578.

Niet gecasseerd werd in HR 17 december 2002, LJN AE9704. Deze zaak betreft een verdachte die tegenover [A] de woorden uitte “als ik een [A] tegen kom dan is hij voor mij” en “wacht maar af. Ik krijg jullie nog wel. Ik kom nog wel terug”, en “dat hij (…) de zoons van [A] (…) te grazen zou nemen”. Uit de bewijsmiddelen volgde dat de verdachte uit het café van [A] was verwijderd omdat hij een bezoeker had geslagen, dat verdachte terugkwam met een bezemsteel in zijn hand en daarbij de bewezenverklaarde woorden uitte. De Hoge Raad deed het cassatiemiddel af met toepassing van art. 81 RO.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3ca39151ddf676560a24be1fdcaac99c29835486af4f7e1d7f3205fd2d33d9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3ca39151ddf676560a24be1fdcaac99c29835486af4f7e1d7f3205fd2d33d9e, en de alinea staat in dat document op bytes 23330 tot 23949.