Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Onder 6.3.5 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:620.

Ik lees in deze overweging dat de Hoge Raad denkbaar acht dat een financiële verwevenheid tussen vennootschappen bestaat, ook indien aandelen niet (in meerderheid) in dezelfde hand zijn, maar de aan die ‘ontbrekende’ aandelen verbonden zeggenschap uiteindelijk wel in dezelfde handen ligt. Waar immers de Hoge Raad in HR BNB 1989/112 nog oordeelt dat de meerderheid van de aandelen (>50%) inclusief de daarbij behorende zeggenschap uiteindelijk in één hand moet zijn, kan de geciteerde overweging uit HR BNB 2003/191 zo worden gelezen dat ook bij een minderheidsdeelneming vennootschappen financieel verweven (in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet) kunnen zijn, namelijk indien de betrokkene wel beschikt over de zeggenschap, verbonden aan aandelen die zij niet heeft. In dit verband valt ook te wijzen op Van Zadelhoff die in zijn noot in BNB 2003/191 opmerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f65004bed6590d84820f1cf1c2283238015785d3637e868f0a10ed024340f27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f65004bed6590d84820f1cf1c2283238015785d3637e868f0a10ed024340f27, en de alinea staat in dat document op bytes 55276 tot 56200.