Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juli 2013

Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 26 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:642.

De beroepstermijn van art. 6:7 en 6:9 Awb is van openbare orde. Als de rechter constateert dat het beroep niet-tijdig is, moet hij het beroep in beginsel niet-ontvankelijk verklaren; dat geldt ook als het bestuursorgaan geen beroep doet op niet-ontvankelijkheid. Niet-ontvankelijkverklaring van een niet-tijdig beroepschrift moet alleen achterwege blijven als sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (art. 6:11 Awb). De feiten waaruit verschoonbaarheid is af te leiden zullen meestal door de belanghebbende zelf moeten worden aangedragen. In bovenstaand arrest is beslist dat de beginselen van behoorlijke rechtspleging eisen dat de belanghebbende daartoe ook in de gelegenheid wordt gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1e4babd5d522a7f7757eab7c6c4c80711575facf9d308e4e46a17516ca64273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1e4babd5d522a7f7757eab7c6c4c80711575facf9d308e4e46a17516ca64273, en de alinea staat in dat document op bytes 70961 tot 71680.