Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:677.
Art. 359a Sv ziet op vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek. Ingevolge art. 132 Sv moet daaronder worden verstaan het onderzoek dat voorafgaat aan het onderzoek ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn blijkens de wetsgeschiedenis met name ook begrepen normschendingen bij de opsporing. Reeds gelet daarop moet worden gezegd dat ’s Hofs oordeel dat het handelen in strijd met de Ambtsinstructie geen vormverzuim in de zin van art. 359a Sv oplevert, in zijn algemeenheid getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel is dus terecht voorgesteld, maar tot cassatie behoeft dat niet te leiden. Het in hoger beroep gevoerde verweer strekte slechts tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Onregelmatigheden in de wijze waarop de verdachte is aangehouden zullen op zichzelf in de regel echter niet meebrengen dat aan het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak wordt tekortgedaan. Bijzondere omstandigheden die hier tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn in de onderhavige zaak niet aangevoerd. Het Hof had het verweer dus slechts kunnen verwerpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eed6d2ac8dc8da97e2423f7b7cf1b11d14e4f2a23c5acb4f273c79db6200b37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eed6d2ac8dc8da97e2423f7b7cf1b11d14e4f2a23c5acb4f273c79db6200b37, en de alinea staat in dat document op bytes 16118 tot 17389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9eed6d2ac8dc8da97e2423f7b7cf1b11d14e4f2a23c5acb4f273c79db6200b37 | shasum -a 256