Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:677.

4.4. Indien het Openbaar Ministerie een vordering tot het gelasten van gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een met toepassing van art. 14a Sr opgelegde straf heeft ingediend, dient het Hof ingevolge art. 361a in samenhang met art. 415 Sv te beraadslagen over zijn bevoegdheid om over de vordering te oordelen, over de ontvankelijkheid van de officier van justitie en over de gegrondheid van de vordering. Het arrest dient alsdan, tenzij onbevoegdheid van het Hof om over de vordering te oordelen of niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wordt uitgesproken, de beslissing van het Hof over de vordering te behelzen. Art. 14j lid 1 Sr houdt in dit verband voorts in dat deze beslissing met redenen dient te zijn omkleed. De motivering behoeft niet meer in te houden dan een gemotiveerde uiteenzetting dat aan de voorwaarden voor tenuitvoerlegging is voldaan. Een bijzondere motiveringsplicht als in het middel bedoeld is hier niet van toepassing, wel het adagium appelleren is riskeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eed6d2ac8dc8da97e2423f7b7cf1b11d14e4f2a23c5acb4f273c79db6200b37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eed6d2ac8dc8da97e2423f7b7cf1b11d14e4f2a23c5acb4f273c79db6200b37, en de alinea staat in dat document op bytes 19601 tot 20683.