Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 1.4. Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:700.

Uit de tekst van artikel 31 van de Wet en zijn Europese tegenhanger, artikel 19 van de btw-richtlijn, volgt dat bij een ‘geruisloze overdracht’ van een onderneming in de zin van deze bepalingen, de overnemer in de plaats treedt van de overdrager. Op Europees niveau wordt niet nader toegelicht wat deze ‘indeplaatstreding’ precies inhoudt, en ook rechtspraak van het HvJ over de invulling hiervan is niet voorhanden. Op nationaal niveau valt echter wel het een en ander over de indeplaatstreding door de overnemer te vinden. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 31 van de Wet valt af te leiden dat de indeplaatstreding met zich brengt dat lopende herzieningstermijnen op de overnemer overgaan. Voorts blijkt uit die wetsgeschiedenis en uit de rechtspraak, dat de ‘indeplaatstreding’ door de overnemer niet zo ver gaat dat de overnemer kan worden aangesproken voor belastingschulden die zijn ontstaan vóór de overname van de onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3beaab01e170309099b01b89885716076f3d186814e682d2a10560fada26e8a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3beaab01e170309099b01b89885716076f3d186814e682d2a10560fada26e8a3, en de alinea staat in dat document op bytes 11997 tot 12970.