Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 5.12.2. Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:700.

Het hier door de staatssecretaris van Financiën geventileerde standpunt volgde eigenlijk al – hij geeft dat ook aan – uit de uitspraak van Hof ’s-Gravenhage van 12 maart 1980, nr. 68/1978, BNB 1981/204 (hierna: Hof BNB 1981/204). In de procedure die tot deze uitspraak heeft geleid, was aan de orde de inbreng van een in de vorm van een VOF gedreven onderneming in een nieuw opgerichte BV, waarbij artikel 31 van de Wet werd toegepast. Een na de inbreng ingesteld boekenonderzoek leidde tot correcties over het jaar waarin de inbreng had plaatsgevonden. Omtrent de in verband daarmee aan de BV opgelegde naheffingsaanslag overwoog Hof ’s-Gravenhage, voor zover van belang (cursivering MvH):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3beaab01e170309099b01b89885716076f3d186814e682d2a10560fada26e8a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3beaab01e170309099b01b89885716076f3d186814e682d2a10560fada26e8a3, en de alinea staat in dat document op bytes 41458 tot 42171.